Een mens heeft, net als ieder levend wezen, een energieveld om zich heen. Een zwak energieveld betekent dat de energie traag om je heen stroomt. Een trage energiebeweging betekent weinig bescherming tegen het kwaad in deze wereld en een geringe vitaliteit van het lichaam.

Het energieveld van een mens kan alleen door menselijke gedachtes worden versneld. De poëzie die ik schrijf is in staat om je energieveld op lichtsnelheid (bijna 300.000 km/s) te brengen en te houden omdat mijn poëzie voortkomt uit het menselijke denken. Ik ben een mens en ben het leven zelf is de eerste gedachte van het menselijke denken.

Mijn poëzie staat geheel in het teken van vitaliteit en zelfbehoud. Wanneer je energieveld op lichtsnelheid stroomt wordt je lichaam optimaal geactiveerd en zal de vitaliteit van je lichaam voortdurend toenemen. De vitaliteit van je lichaam bepaalt je levensduur.

Mijn poëzie wordt geschreven voor mensen die willen leven. Niets meer en niets minder. Mensen die iets anders willen dan leven hebben niets aan mijn poëzie. Het lijkt logisch om te denken dat ieder mens wil leven, maar dat is niet de werkelijkheid. Er zijn mensen die rijk willen worden, die de macht willen hebben, die dood en verderf willen zaaien, die interessant willen overkomen, die de mensheid willen redden etc. Willen leven is zeker geen vanzelfsprekendheid. Toch gaat mijn poëzie uit van deze wil. De wil om te leven. 

Mijn poëzie onthult het menselijke denken. Een mens heeft een denkprogramma in zijn hoofd dat begint bij de gedachte ik ben een mens en ben het leven zelf. Mijn poëzie onthult dit denkprogramma. Dit oneindige denkprogramma heeft de mens gekregen om zichzelf in leven te houden. De eerste gedichten komen voort uit de eerste gedachte ik ben een mens en ben het leven zelf. In gedicht 110 komt de tweede gedachte aan de orde, ik moet het kwaad verslaan en dapper zijn. De gedichten daarna beginnen steeds met een nieuwe gedachte uit het denkprogramma.

Wie wil leven moet menselijk denken. Mijn poëzie onthult het menselijke denken en is daarom in staat om je energieveld op lichtsnelheid te brengen en te houden.

Wie wil leven moet zijn energieveld op lichtsnelheid brengen. Dat is mogelijk met mijn poëzie. Met de eerste 130 gedichten kun je je energieveld op lichtkracht brengen, met de daarop volgende gedichten kun je je energieveld op lichtkracht houden. Wanneer je energieveld op lichtkracht is gebracht staat het lichaam onder grote druk. Het lichaam was gewend aan een traag energieveld en weinig druk. Dat is nu anders. Het lichaam staat onder druk en wordt gedwongen zijn vitaliteit te verhogen. Niets is nog vrijblijvend. Het lichaam moet zijn oude toestand loslaten en omhoog naar een steeds hogere vitaliteit. De lichtsnelheid betekent ook dat je bestuurd wordt door het menselijke denken, dat een veel hoger niveau dan je oude denken heeft. Je oude denken was het denken van de mensheid en dat denken is materialistisch. Geld staat centraal in het denken van de mensheid. In het menselijke denken staat verheffing in al zijn mogelijkheden centraal. De lichtsnelheid van het energieveld maakt de verheffing van het lichaam mogelijk.

Mijn poëzie leidt naar een overgang. De overgang van het denken van de mensheid naar het menselijke denken. Van geld naar verheffing. Van dood naar leven. Van zwakte naar lichtkracht. Uit ervaring kan ik zeggen dat de overgang naar lichtkracht de eerste dagen zwaar is. Maar het zal gewoon worden en zelfs plezierig. Verheffing is plezierig.

Leven is je lichaam elke dag verheffen. De mensheid heeft afscheid genomen van deze levensopvatting en zich overgegeven aan de macht van het geld. Een mensenleven heeft daarom niets meer met verheffing te maken en eindigt daarom eerloos in de dood. Mijn poëzie kijkt anders naar het leven en de dood. Mijn poëzie eert deze levensopvatting. Leven is je lichaam elke dag verheffen. Het spreekt voor zich dat deze levensopvatting alles verandert.

Denken en weten
Er zijn twee denksystemen. Het denksysteem dat de mensheid volgt en het denksysteem dat in het menselijke hoofd zit. Het denksysteem van de mensheid begint met deze gedachte. Ik leef alleen als ik krijg. De mensheid beschouwt zichzelf als de ontvanger en heeft zijn denken daaraan aangepast. Dit denksysteem is in alle opzichten eindig. Het begint met de gedachte ik leef alleen als ik krijg en eindigt met de gedachte ik moet doden. Een mens die niet krijgt wat hij wil gaat niet zelden doden. Het denksysteem van de mensheid leidt tot vernietiging en zelfvernietiging. De dood. Het andere denksysteem, het systeem dat in het menselijke hoofd zit, is oneindig. Het is het menselijke denken dat mijn poëzie toont. Dit denksysteem is oneindig en leidt tot dagelijkse verheffing van het lichaam. Dit denksysteem kan gebruikt worden door ieder mens die wil leven. Leven is je lichaam elke dag verheffen.

Denken moet tot weten leiden. Het denken van de mensheid begint bij de gedachte ik leef alleen als ik krijg. Deze gedachte is onwaar en leidt niet tot weten. Weten gaat over de waarheid en niet over de onwaarheid. De gedachte ik leef alleen als ik krijg leidt tot een onwaarheid en wel tot deze onwaarheid. Leven vereist macht. Een mens die geen macht heeft kan zijn medemens niet dwingen om hem te geven wat hij nodig heeft. Uiteraard is dit een onwaarheid, maar deze onwaarheid maakt deel uit van het denken van de mensheid en vormt zelfs de basis van het denken van de mensheid. Het denken van de mensheid is gebaseerd op een onwaarheid en is in zijn geheel onwaar. Het denken van de mensheid leidt niet tot weten omdat weten over de waarheid gaat.

Het menselijke denken leidt wel tot weten omdat het menselijke denken voortkomt uit een verheffende gedachte. Ik ben een mens en ben het leven zelf. Deze gedachte leidt tot deze waarheid. Het leven van een mens is verheffing. Het menselijke denken leidt tot waarheden. Het menselijke denken leidt tot weten. Elke waarheid komt voort uit de eerste waarheid. Het leven van een mens is verheffing, oftewel leven is elke dag je lichaam verheffen. Elke waarheid komt voort uit deze waarheid, uit de eerste waarheid. Er zijn oneindig veel waarheden, zoals het aantal onwaarheden dat het denken van de mensheid voortbrengt beperkt is. Op een dag heeft iemand zijn laatste leugen gelogen.

Mijn poëzie onthult het menselijke denken en de waarheden die het menselijke denken voortbrengt. De mensheid leeft in onwaarheden en sterft eraan. De mens die wil leven leeft in waarheden en leeft door de waarheden te weten. Waarheden houden een mens in leven, onwaarheden doden een mens.