Introductie

Een mens heeft een krachtbron nodig. Zonder krachtbron kan een mens niet leven. Veel mensen zoeken de krachtbron buiten zichzelf. In mensen, in een boek, een ideologie, een god. De poëzie die ik schrijf gaat ervan uit dat een mens een innerlijke krachtbron bezit en die krachtbron bevindt zich in het hart. Deze krachtbron moet een lichtbron zijn omdat alleen licht het goede kan scheppen. Licht schept leven, licht schept warmte, licht schept groei, licht schept geluk, licht schept gezondheid etc. De krachtbron moet een lichtbron zijn, een lichtcel. Ieder mens heeft die lichtcel in zijn hart omdat een mens nu eenmaal niet zonder een krachtbron kan leven.

Mijn poëzie is in staat om de lichtcel te activeren en de kracht die de lichtcel uitzendt voortdurend te vergroten. Mijn poëzie maakt dat mogelijk omdat mijn poëzie de wil van het licht als uitgangspunt neemt. Een lichtcel die veel kracht uitzendt brengt het lichaam in een betere conditie, verlengt de levensduur, beschermt tegen mensen met verkeerde bedoelingen en zal steeds meer van het goede scheppen, zoals de wil van het licht nu eenmaal is.

Mijn poëzie is er voor ieder die zijn lichtcel wil activeren en de kracht die hij uitzendt wil vergroten.